Informatie met een vriendelijk gezicht

Informatie met een vriendelijk gezicht

Je kunt inkorten en schrappen tot iets heel compact is. Maar je kunt ook een boek maken dat zo charmant is dat de lezer er eens lekker voor gaat zitten. Dat mag best omvangrijk zijn, als de vormgeving maar helpt om het herkenbaar en hanteerbaar te houden.

Een voorbeeld: de vakman-liefhebber

Louis Kat is een bijzondere man. Een enorme specialist. Hij is zijn leven lang met 1 onderwerp bezig: wijn.
Hij reisde eindeloos vaak naar Frankrijk om wijn te zoeken. Dagenlang proeven en noteren om met de juiste wijn thuis te komen.

Wijnkoperij Okhuysen, het bedrijf dat hij heeft grootgemaakt, bestaat 150 jaar. Het verhaal van je bedrijf vertel je in een boek. Dat is de beste vorm. Nog steeds. Dat vult zich niet vanzelf, daar heb je een plan voor nodig.
(Of eigenlijk vult het zich wel vanzelf, met al die spullen uit het archief. Een typisch jubileumboek vertelt ‘alles’ en da’s alleen leuk voor vrienden en familie.)

Er is een besluit nodig. Een antwoord op de vraag ‘wat voor boek zou dit moeten zijn?’

Een besluit tegen de chaos

Aanwijzingen genoeg. Het bedrijf Okhuysen is gebouwd op de reizen van Monsieur Louis. Die verheffen we tot hoofdzaak. Reisverhalen zijn een duidelijk genre, reisgidsen een duidelijk vorm. Wijnstreken zijn een bekende structuur, en elke streek heeft een herkenbare problematiek voor de wijninkoper. Plan klaar. Het plan maakt een eind aan alle twijfel. Alle inhoud waarvan je dacht ‘moet dat er wel in?’ blijkt af te vallen, of er toch naadloos in te passen. Met het besluit is de indruk dat het allemaal heel veel is en alle kanten opgaat, verdwenen. Verruilt voor een prettige orde. En binnen de reisverhalen blijkt genoeg variatie te zijn om de lezer nooit te vervelen. En dan is er mijnheer Kat zelf. Hij zei ‘ik zie mijn lezers het boek ‘s avonds even openslaan, in een fijne stoel, met een goed glas wijn’.

“Ik zie het als mijn tekst”

Mijnheer Kat is aan het schrijven geslagen. Vanuit zijn herinnering en vanuit oude notitieboekjes. Blijft een hels karwei. Redactie deden we samen, een intiem proces. Wat er op boeknivo gebeurde (een duidelijk besluit) herhaalt zich op dit lagere niveau: ‘waar gaat elk afzonderlijk verhaal over?’. Een onverwachte ontmoeting, een gelukje, een taai gevecht om de aandacht van die ene wijnboer? Heb je dat besloten, dan kun je schrappen, en aanscherpen. De schrijver was duidelijk over mijn redactiewerk: “Ik lees het ‘als mijn tekst’, maar heb tegelijk grote bewondering hoe jij deze inkort en overbodige informatie elders samenvat. Mijn complimenten!”

Om het boek naar het heden te halen, heb ik 25 wijndomeinen bezocht om er foto’s te maken van het landschap en de kelders. De foto’s en de hedendaagse kaartjes maken duidelijk: je kunt er gewoon heen over de Route du Soleil.

Op 1 punt heb ik me verslikt (dat doe ik voor jou beter!): de tekstcorrectie van de honderden prachtige Franse en Spaanse plaats- persoons- en wijn-namen, daar had ik niet van terug. Gelukkig kon team Okhuysen tijd vrijmaken. Gered!

Het belangrijkste voor experts en boekvormgevers?

Rustig, langdurig dicht bij je onderwerp zijn. Samen.
Zo krijgt het boek een ziel.

boek vormgeving expert mooi

Monsieur Louis, een boek van een expert over het vinden van de beste wijn.

 

Voor de fotografie bezocht ik 25 wijndomeinen. Hier bij Guffens, waar traditie en roestvrijstaal samen gaan.

boek vormgeving expert mooi

Een register met 600 namen van wijnmakers, wijnen en akkers.

Schitterende wijngaarden in Bandol.

 

boek vormgeving expert mooi

Na een dubbele pagina met een foto van de streek opent elk hoofdstuk van het boek met een kaart (een expert vraagt een verfijnde vormgeving he?) en een inleiding.

 

.

.

boek vormgeving expert mooi

Kaartinzetjes, wanneer de bezochte wijngaard deel uitmaakte van een groot gebied.

 

boek vormgeving expert mooi

Allerlei opties voor de pagina’s passeerden de revue.

Dit was niet het laatste project waarbij ik vaak rond zonsopkomst al in het landschap was om het te fotograferen.

Aan het werk in Spanje, Rueda.

Zo mobiliseer je medestanders

Zo mobiliseer je medestanders

De wereld verbeteren. Hoe doe je dat, als wetenschapper? Je onderzoekt een probleem en ontdekt een oplossing. Je schrijft alles precies op in een rapport, met flinke tabellen en veel voetnoten. Dat geeft je voldoening en veel citations.

Maar geen publiek.

Communicatiemensen willen dus iets heel anders. Die zoeken lekkere koppen met goed beeld en korte tekst. Infographics die maar 1 ding tegelijk vertellen. Daarmee vul je een mailing, een homepage of een tweet, en zo bereik je medestanders.

Zorgvuldige wetenschappers botsen met communicatiemensen. Waar ik kom is altijd een van de twee groepen ongelukkig.

Wat als je alles nu eens als één geheel zou zien? Een eenheid, van ruwe data tot conclusie. Geen los rapport, en ook geen mailing, maar ‘een ding’ voor het effectief verspreiden van een idee, een onderbouwd idee, dat vooralsnog geen bepaalde vorm heeft. In ontwerperstaal heet dit ‘middelenvrij denken’.

Ik zie twee vragen, die je al zag aankomen:

1 Wat moeten we doen om jullie idee te verspreiden?
2 Wat moeten we vertellen om jullie gezag te vestigen?

Het antwoord op vraag 1 is ‘iets dat werkt’ (de lezer bereikt), het antwoord op vraag 2 is ‘iets dat klopt’ (de lezer overtuigt). Die twee zaken moeten bij elkaar komen. De gulden middenweg is natuurlijk ‘iets dat je makkelijk kunt versturen, dat afgeleid is van iets dat totaal klopt’. Je stuurt een mailing of een investors summary, je plaatst een artikel op LinkedIn, en je twittert de beste infographics. Altijd met een link naar het volledige rapport.

Onderzoek > rapport > infographics

Hoe gaat zoiets in z’n werk. Twee voorbeelden: de rapporten van Access to Medicine Index en die van Superlijst.

    0) Het onderzoek. Een flinke document dat niet wordt verstuurd, hooguit naar reviewers.
    1) De plank (ouwe drukkersterm voor ‘alle pagina’s op een rijtje’). Welke onderwerpen moeten in welke volgorde aan bod komen in een publieksrapport?
    2) Welke onderdelen ervan moeten los bruikbaar of verstuurbaar zijn?
    3) Welke bevindingen of insights rollen er uit het onderzoek?
    4) Hoe maak je de bevindingen geschikt voor 1 tweet, 1 powerpoint dia of 1 video?
    5) Zijn er bevindingen die je uitzendt bij specifieke gelegenheden?
    6) Binnen het rapport: welk onderscheid is er tussen ruwe data, gefilterde data, de interpretatie ervan en de opinie er over?
    7) Je tabellen en onderzoeksdata, hebben die een publieksvriendelijke versie? En is de webversie anders dan de printversie?

Dit lijkt al flink op een communicatiestrategie, of iets anders met -strategie erachter.

Kip of ei?

Je kunt met z’n allen heel lang sleutelen aan een strategie, en dan pas dingen gaan maken. Ik geef je op een briefje dat de gemaakte middelen ervoor zorgen dat je de strategie weer moet bijstellen. Als je bij mij aanklopt beginnen we gewoon met het maken van die spullen. Ongeveer gelijktijdig vormt zich de strategie, gewoon omdat alles wat je maakt, vragen oproept. Werkt dit? Voor wie is het precies? Wat staat er precies in?

Hetzelfde geldt voor tekstuele content: ga je dat eerst schrijven en dan pas de middelen maken, dan blijkt de al geschreven tekst niet te passen of niet te werken. Bij mij gaan schrijven en vormgeven gelijk op. Echt veel efficiënter.

Het belangrijkste?

Je kunt je werk in de lucht steken als je op het podium staat en iedereen toekijkt.

(Zie de foto in de header: Jayashree Iyer met de Antimicrobial Resistance Benchmark 2018 tijdens het World Economic Forum in Davos)

 

 

 

Stichting Questionmark verzamelt data over supermarkten. Wat doen die om naar een duurzaam voedselsysteem te komen? Weinig, zo blijkt, maar wel íets. En het zal je verrassen welke supermarkten er het meeste aan doen. (www.thequestionmark.org)

 

De rapporten van Superlijst trappen af met 1 spread met een samenvatting en die ene centrale infographic. Daarna komt de rest.

Elk deelonderwerp heeft een eigen hoofdstuk dat ook weer met een samenvatting en een figuur begint. Al deze onderdelen zijn ook los beschikbaar als social media spul.

 

Voor Access to Medicine Foundation (die meten wat Big Pharma doet voor toegang tot medicijnen in arme landen) maakte ik tussen 2012 en 2022 een enorme stapel rapporten, slides en spul voor de media.

onderzoek rapport infographics

Ook bij de Access to Medicine Index start het rapport met een Executive Summary, waar alles in staat + 1 centrale figuur: De Index.

 

Had ik gezegd dat alles kort moest? Nou, dit is kort, maar dan voor investeerders en beslissers. Als er minder in staat dan dit, lezen ze niet, want ongeloofwaardig. Van deze typische pagina, de ‘report card’ hebben we door de jaren heen steeds verfijndere versies gebouwd. Uiteraard staan deze gegevens ook op web, maar daar past niet veel op 1 scherm. Op web kun je de gegevens wel vergelijken en filteren per bedrijf en per onderdeel.

onderzoek rapport infographics

Radiale diagrammen in Antimicrobial Resistance Benchmark 2018. Exotisch hoor.

Allerkortse boodschap, visuele chic, met de Executive Director.

Waar gebeurd: ‘Klaas, kun jij deze pagina eerst ontwerpen, zodat we kunnen schrijven?’. Kijk, dat is verstandig. Eerst schrijven levert dingen op die niet passen, eerst ontwerpen geeft de schrijvers informatie over elke plek op de pagina: de lengte van de inleiding, de maat van de bijschriften bij de figuur.
Best vol, maar lekker vol, veel info.

 

onderzoek rapport infographics

Voor investeerders is er een aparte versie: dun, maar toch met alles wat een investeerder wil weten. (De investeerders die in de Access to Medicine Index kijken, vertegenwoordigen 18 triljoen dollar aan vermogen)

 

Beeld voor de header van de nieuwsbrief.

onderzoek rapport infographics

In elk rapport zitten tussen de 50 en 300 figuren, die als selectie, met op maat gemaakte tekst, klaargezet kunnen worden voor web en socials.

Kaarten heb je ook altijd nodig: waar is het, hoeveel landen?

Rapporten over deelonderwerpen hebben andere omslagen en een afwijkende opzet. Het rapport rechts lijkt nog het meest op een wetenschappelijk artikel, dat op de cover meteen met de deur in huis valt.

onderzoek rapport infographics

Compacte informatie kan een superhoge dichtheid krijgen. Het oogt als ‘wow, zij weten veel’, maar ook als ‘jeetje, moet ik dit allemaal lezen?’. Hangt van de lezersgroep af of dit goed werkt.

onderzoek rapport infographics

Misschien is dit wel het fijnst: 1 constatering, uitgelegd en vergezeld van een figuur. Meer weten? Lees verder op de website of in het rapport.

Tien deuren in een sluis

Tien deuren in een sluis

Het is alsof je weer in de klas zit, bij zo’n al wat oudere geschiedenisdocent. Hij vertelt hoe het zit en straalt daarbij uit dat jij dom bent dat je dat niet weet.Zo praat een informatiepaneel vaak tegen je.

Als ik op reis ben, word ik blij van borden met een mooi beeld van iets dat ik niet zomaar zelf kan zien. Iets onder de grond, of buiten mijn zicht. De situatie van 400 jaar geleden of de samenhang van een verdedigingswerk bijvoorbeeld. Met een bondige tekst erbij (maar niet te summier). Mooi beeld over erfgoed geeft je precies wat je nodig hebt om de waarde van het erfgoed te ontdekken.

Digitaal?

Je zou zeggen: met digitale middelen kun je zoveel meer doen. Maar ze zijn onzichtbaar in het veld. Met een app die je nog niet hebt geladen rij je een interessante plek voorbij, een paneel attendeert je er juist op. Bovendien pak je dan weer je telefoon, en die pak je al zo vaak. (veel jongelui en senioren hebben geen eindeloos data abonnement, dat speelt ook nog een rol)

Toch een bord dus.

De lezer belonen

Met informatie die de ervaring flink vooruit helpt, aangevuld met een QR-code (toch digitaal dus ;-)). Daarmee vind je een expert die iets vertelt, of een filmpje van de werking. Dan beloont het bord de lezer. Dat moet. Anders stopt die niet voor het volgende bord, en word-ie misschien wel helemaal bordenschuw: ‘Wat doen al die lelijke plastic prints met grote logo’s in m’n mooie landschap?!’, zegt-ie dan. Ja, ik durf te zeggen: vormgeverige vormgeving geeft alleen maar ruis.

Voorbeelden

Het watersysteem rond Utrecht is honds ingewikkeld en burgers en toeristen ondervinden er dagelijks de werking van (of de werkzaamheden er aan). En het is gewoon leuk om te weten hoe het zit. Het voorbeeld hieronder, gaat over de Waaiersluis in Gouda. Passanten en toeristen moeten er vaak wachten, en precies op die plek staat het bord. Dicht bij de sluis. Je kunt dus om je heen kijken en dan steeds op het bord om te checken waar je naar kijkt.

Als ik eerlijk ben, er staat teveel op.
Maar ja, mijn missie is dan ook nog niet volbracht.
M’n beste bord ga ik nog maken.

 

Meer over bezoekers, erfgoed en de verhalen erover lees je hier.

Meer over mooie informatiepanelen, hier.

informatiepaneel over erfgoed mooi beeld

Gewoon een lekker kijkding, centraal op het informatiepaneel over het Rijksmonument de Waaiersluis in Gouda.

 

informatiepaneel over erfgoed mooi beeld

Zo’n klus begint met veldwerk. Hup ernaartoe en iedereen even spreken. Grappig: de technische man van het waterschap (rechts) kent de theorie, maar de Sluismeester (met pet) kent de praktijk. Bovendien kon je met ‘m lachen en zat hij vol anekdotes.

 

Erfgoed: het interessantste deel staat stil of zit onder water. Maar niet in een tekening of animatie...

Een waaierdeur in ruststand. De grap van een waaierdeur is dat hij tegen de eb- of vloedstroom in, toch dicht kan. Gewone sluisdeuren worden uit hun sponningen gedrukt als je ze tegen de stroom in probeert te sluiten. De waaierdeuren zitten er bij Gouda, omdat eb en vloed tot daar reikt. De sluis is de meest landinwaartse zeewering, zogezegd.

 

informatiepaneel over erfgoed waar met mooi en leuk beeld de werking wordt uitgelegd

Het gehele paneel meet 90cm bij 180cm en is nogal een encyclopedie. Maar hij is de helft kleiner dan het oude paneel dat ie vervangt. Op het paneel wordt links de historie en het gesteggel om de uitvinding beschreven, dan een uitleg van hoe een sluis werkt, dan een kaart met het belang van de sluis, een schema met een verklaring voor alle verschillende deurhoogtes, de werking van de waaierdeuren en tot slot de werking van de gemalen en de vispassages.

 

Het oude paneel. Meer tekst, en meer uitleg, maar op een schoolmeesterige manier. Een mooi beeld over erfgoed zorgt dat die schoolmeester een stuk minder dramt.

 

een informatiepaneel over erfgoed beantwoord fundamentele vragen. De antwoorden laten je beter kijken.

Pittig schema dat alle waterhoogtes en sluisdeurhoogtes verklaard. Let op hoe rechts de buitenwijken van Gouda lager liggen dan zelfs de laagste waterstand…

 

informatiepaneel over erfgoed: mooi beeld over de werking van een sluis.

De werking van de sluizen was op het oude paneel recht van boven, nu isometrisch. Da’s makkelijker te begrijpen.

 

informatiepaneel over erfgoed mooi beeld

De werking van de waaierdeuren en de vispassages is wel recht van boven. Dit schema kun je makkelijk relateren aan de grote tekening centraal op het bord. De website van het informatiebord is trouwens hdsr.nl/waaiersluis

 

Zoals een waterschap een werkplaats heeft, heb ik in Illustrator een terrein met losse onderdelen 😉

Moderne installaties onder erfgoed.

Het is niet moeilijk. Als er een heel systeem onder de grond zit, maak je daar gewoon een tekening van. Wel eentje die minder ingewikkeld is dan de tekening van de ingenieurs natuurlijk.

 

mooi beeld over erfgoed

Op het uiteindelijke paneel ziet het er zo uit: je ziet de molen met alles eromheen, met inzetjes voor de ondergrondse onderdelen, net iets groter afgebeeld, en met eigen beschrijvingen.

 

Hier stroomt schoonheid

Hier stroomt schoonheid

Ik begreep eerst niet waarom ze mij belden. Ze hadden alles. Verhaallijnen, een huisstijl, een inspiratiegids, 3D visuals, een beeldbank. Toen keek ik beter. Ik zag overal afstand. Wetenschappelijke afstand. Objectiviteit. Heel goed, beste wetenschappers. Maar als je publiek wilt boeien dan wil je verhalen. Intimiteit.

Hoe krijg je intimiteit?

 

1 Niet overweldigen

In elk geval door de lezer niet te overweldigen, da’s één. Verhalen voor bezoekers zijn korter en veel visueler. Eigenlijk niks nieuws. Ik zei: ik maak wel tekeningen. Ook al omdat je op foto’s zooo weinig ziet van de Zeeuwse en Vlaamse geologie. Het is nogal subtiel daar, geen vulkanen of gletsjers of kliffen, maar slib en veen en hoogteverschillen van een halve meter. Illustraties lossen dat op.

2 Heel dicht bij het onderwerp komen, direct

De wetenschappelijke afstand zou je willen vervangen door informatie uit de eerste hand. Nabijheid, door de ogen van iemand die altijd in het landschap is. Niet moeilijk: ik opperde om beheerders en gebruikers van het landschap op te zoeken en te interviewen. Ter plekke, niet via Zoom natuurlijk. Geweldig leuk om te doen, je oogst direct rake observaties.

3 Langdurig bij het onderwerp zijn.

Om te weten welke foto de beste is, en wat je wilt weergeven op een tekening, en wat de ziel van het landschap dan is, moet je er gewoon heen. Ik stelde voor om alle plekken in het Geopark te voet te bezoeken. Echt te voet, niet door er eerst naast te parkeren. Ik neem m’n tentje wel mee.

De opdrachtgever was overtuigd.

En ik had er zin in. Alleen iemand die heel dicht bij het onderwerp is, kan iets goeds maken. Al kan ik me voorstellen dat 593 kilometer lopen niet de enige manier is. Wel de mijne.

Nu moet de lezer nog besluiten het Geopark te bezoeken.
Ik hoop dat de verhalen daarbij helpen.
Want als je eenmaal in het landschap staat, ben je óm.

Geopark Schelde Delta website

Mijn instagram reels over dit project zijn ook leuk om te bekijken.

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

De brochure ‘Hier stroomt schoonheid’, Engelse vertaling en achterzijde

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

In de binnenzijde van het omslag is een kaart opgenomen met alle geologische sites

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

De tekeningen bevatten erg on-geologische details, zoals deze bozige man met pet, die geen zin heeft in strand.

 

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

Een dele van de oplage is gebonden met een cahiersteek.

Echt werken, dit project. De 6 wandelingen die ik maakte in het najaar van 2022. 600km langs het leeuwendeel van de 40 geologische bijzonderheden.

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

Het boekje bevat 12 verhalen en 12 tekeningen. Onder elke tekening staat een ‘toeristisch tekstje’.

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

Ik experimenteerde wat met verschillende tijdperken in 1 tekening. Dat is nog maar bij 1 tekening zichtbaar. De kleiwinning bij Boom die het landschap verklaard.

 

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

De rode kolen van de gebroeders Noë bij Sint-Margriete in het Meetjesland staan er ook in, samen met de Escholtzia die ze telen voor tincturen.

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

Elk verhaal heeft een ‘navigatiedingetje’ waar verwezen wordt naar de Geopark-locaties, genummerd op de overzichtskaart.

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

In dezelfde stijl als de landschapstekeningen zijn er blokdiagrammen over de geologie en geomorfologie. Simpeler dan dit kan bijna niet.

Opwas, aanwas en indijking uitgelegd met een soort kaartjes.

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

De blokdiagrammen gaan vergezeld vaneen heel korte tekst, waarin verwezen wordt naar de locaties.

 

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

De meeste foto’s zijn door mij gemaakt, onderweg in het landschap. Van echt dichtbij. De meeste ‘officiële’ landschapsfoto’s over de geologie van het gebied zijn heel mooi, maar vaak geven ze ‘overzicht’, of proberen ze het geheel te laten zien, en dat werkt niet zo goed, denk ik.

Mooi beeld over geologie, en boeiende tekst

Er is ook een Engelse vertaling.

Geologie bepaalt wat mensen doen in een landschap.

Met Soan Lang Ie (IVN gastvrouw v/h landschap) langs Het Zwin bij Cadzand. Een interview over duindoorns, zeevenkel en haastige fietsers.

 

Verhalen voor bezoekers. Als je mensen geologie wilt laten zien, zul je meer moeten doen dan de feiten opdissen. Wat je nodig hebt is een verhaal, en mooi beeld. Geologie bepaalt wat mensen doen in een landschap.

6 wandelingen van in totaal 600 kilometer leverden 12 verhalen en 12 tekeningen. Die tekeningen gaan van schets (locatie kiezen en kiezen wat je daar ziet) naar materiaal verzamelen, naar eindresultaat. Het uitzicht vanaf de Rijzende Weg op het Markiezaatsmeer kun je niet zo zien als op de tekening. Maar dat is nou net de kracht van tekeningen. Visuele verhalen voor bezoekers zijn raak, niet wetenschappelijk correct.

 

Mooi beeld over geologie

Soms is de eerste schets op een andere plek, en met een ander onderwerp. Links de Kalkense Meersen bij Schellebelle, later werd het een veenput in de paleomeander van Berlare, omdat daar het zwaartepunt ligt in het verhaal. Midden: de eerste stijl die ik koos was houtsnede. Ik gutste (digitaal, maar wel met de hand) alle wit uit. Die stijl viel niet goed, zodat hij (rechts) is aangescherpt tot de opvolger van de Japanse houtsnedes, de klare lijn. Sort of.

Verhalen voor bezoekers. Als je mensen geologie wilt laten zien, zul je meer moeten doen dan de feiten opdissen. Wat je nodig hebt is een verhaal, en mooi beeld. Geologie bepaalt wat mensen doen in een landschap.

De allereerste visuele stijl was nog simpeler, echt een houtsnede met weinig drukgangen, felle kleuren en overdrukkende inkten. De foeragerende lepelaars in een getijdengeul in het Verdronken Land van Saeftinghe nemen alle aandacht. Rechts is allemaal wat neutraler, met het schip minder prominent, maar de oeverwallen van de geulen (het geologische aandeel) veel beter in beeld.

 

Verhalen voor bezoekers. Als je mensen geologie wilt laten zien, zul je meer moeten doen dan de feiten opdissen. Wat je nodig hebt is een verhaal, en mooi beeld. Geologie bepaalt wat mensen doen in een landschap.

Yerseke. Links is er nog een knip tussen onder en boven water, maar die truc is afgeschaft (er is nog maar 1 tekening met een inzetje over). Midden de eerdere houtsnede-stijl, rechts de meer klare lijn en veel frissere kleuren. Mijn hemel wat een werk. Erg onmogelijk gezichtspunt trouwens. Je kunt nergens vanaf de waterlijn IN de oesterputten kijken natuurlijk 😉

 

Verhalen voor bezoekers. Mooi beeld over geologie. Geologische kaarten en impressies. Een aardrijkskundeboek, eigenlijk.

Dan is er nog een katern in het boekje met de uitleg van alle geologische verschijnselen die in het gebied een rol spelen. Hier was vooral het schrijven een klus: hoe kon ik de kwartairgeologie en geomorfologie in 16 x 50 woorden uitleggen?
De tekeningen zijn blokdiagrammen, doorsnedes en opzichten, in ongeveer de stijl van de grote tekeningen. Voor de harmonie en de uitstraling van begrijpelijkheid (in het boekje zijn alle onderdelen natuurlijk gelabeld).

 

Verhalen voor bezoekers. Als je mensen geologie wilt laten zien, zul je meer moeten doen dan de feiten opdissen. Wat je nodig hebt is een verhaal, en mooi beeld.

Echt, alles van heel dichtbij bekijken, en ruiken, en voelen, is essentieel. (Slik bij Sint-Annaland, Tholen)

 

Verhalen voor bezoekers. Als je mensen geologie wilt laten zien, zul je meer moeten doen dan de feiten opdissen. Wat je nodig hebt is een verhaal, en mooi beeld.

Kamperen bij De Wachtsluis bij Cadzand, bij wakkere en ondernemende boeren. Spreek je die ook nog eens. Ik heb al het bezoek aan de locaties in het Geopark te voet gedaan. Dan kijk je beter. Tentje mee, heerlijk toch?

Mooi beeld en boeiende verhalen over geologie.

Heel verleidelijk: laten zien hoe het er 4000 en 1500 jaar geleden uitzag. Maar alleen in het NL deel zijn er boringen gedaan, en dan nog, hoe zet je grondsoorten om naar iets van een landschapsbeeld? Een belangrijke boodschap voor de wetenschappers: dit kun je geen kaarten noemen, het zijn impressies. (Ze zouden 45×45 mm zijn in het boekje)

 

Verhalen voor bezoekers. Als je mensen geologie wilt laten zien, zul je meer moeten doen dan de feiten opdissen. Wat je nodig hebt is een verhaal, en mooi beeld. Geologische kaarten en impressies

Een spin-off: drie kaarten voor het tijdschrift Zonneland, voor kinderen. 12.000 jaar geleden en 1500 jaar geleden. In zo’n tijdschrift hebben de kaarten meteen de status van illustratie. Dan mag mijn fictieve Vlaamse land wel weer getekend worden. (Wel op basis van allerlei studies, maar met louter grove of schematische kaartjes)

 

Verhalen voor bezoekers. Als je mensen geologie wilt laten zien, zul je meer moeten doen dan de feiten opdissen. Wat je nodig hebt is een verhaal, en mooi beeld.

Natuurlijk moest ik uitkijken voor een al te Hollandse focus. Maar Vlaanderen, en vooral de oevers van de Schelde, zijn zo interessant, ik werd fan. Vlaamse correctors hebben e.e.a nog wat scherp gesteld. Zoetwatergetij enzo. Die visuele verhalen voor bezoekers moeten natuurlijk ook de Vlamingen aanspreken.

De grutto en de informatiepanelen

De grutto en de informatiepanelen

Boeren praten als vanouds over opbrengst. Vogelaars praten over het herkennen van een soort.
Nu is gebleken dat de weidevogels met zeker 75% in aantal zijn afgenomen en de boeren nauwelijks een inkomen overhouden aan keihard produceren, komen boeren en vogels in de publieke aandacht. En dat publiek kan wel wat kennis gebruiken, liefst ter plekke. Dat kan, met mooie informatiepanelen over het landschap, de vogels en de boeren.
De Vogelbescherming – meesters in het combineren van fraaie vogels met sombere verhalen – vroeg mij informatiepanelen te bedenken voor een weidevogelproject in de Bovenkerkerpolder tussen Amstelveen en Uithoorn. Melkveehouders hebben daar zelf een melkfabriek opgericht, en van de opbrengst betalen ze maatregelen die de weidevogels helpen. En dat is niet bepaald de enige link tussen boer en vogel.

De wetenschap temmen

Kennis over weidevogels komt van alle kanten. Ecologen, biologen, waterschapsmensen en de landbouwuniversiteit smijten met rapporten vol jargon en statistiek. De informatie komt altijd van één partij, dus als een bezorgde burger het al kan lezen, dan ziet-ie nooit het geheel.
Dat is dus mijn eerste taak: op het informatiepaneel het geheel laten zien.
Maar is dat vanuit het perspectief van de vogelbescherming, of vanuit dat van de boeren? Weet je wat, ik begin in het midden. Bij alledaagse begrippen: gras, mest, rust en water. Dat stapt ook lekker makkelijk in, voor de lezer. Die kan ook altijd terugvallen op deze eenvoudige aanknopingswoorden. Je kunt dus rustig met voedselketens, trekroutes en maaimethodes aankomen. Nog beter, deze begrippen komen voor in al die verschillende vakgebieden.

De lezer (zowel de boeren- als de vogelliefhebber) haakt aan bij een simpel begrip. Rust, mest, water en gras. Van daaruit gaat het de diepte in.

Traditionele natuurinformatie begint bij een dier, een vogel in dit geval, en zet dat aan de top. De boer bungelt ergens onderaan. Bij dit project vormen eenvoudige begrippen uit het landschap een gelijkwaardige verbinding tussen boer en vogel.

Eigenlijk vragen we de bezoeker om het schuifje ergens te zetten. Da’s eigenlijk gewoon politiek. De vogelbescherming wil de schuif helemaal naar rechts, en dat lukt alleen als de boeren er brood in zien.

Kunst gebruiken

Je zou wel gek zijn om de schoonheid van de vogels niet te gebruiken. Zij lenen hun charisma en je kunt ze van veraf al zien. Een aantrekkelijk paneel belooft dat je iets te weten gaat komen. De hoofdrolspelers (de vogels en de boeren) brengen spanning mee: wie krijgt het zoals-ie het hebben wil? Hoe zou jij het willen? 
Ruimtelijke informatie (over maaien, waterpeil of hoe de kuikens lopen bij gevaar) gaat via tekeningen. Er is allerlei lekker strooigoed: bloemen, insecten, de labeltjes aan de illustraties en diagrammen, de mooie soortnamen. Al die tekeningen geven de tekst de kans om lekker kort te blijven.

De consequenties tonen

De informatie en tekeningen zijn herkenbaar ‘groen’, maar het is geen marketing van het eigen gelijk met grote logo’s erop. De Vogelbescherming zegt: onze organisatie ziet de andere partij ook. Lezers die geen natuurbeschermer zijn worden niet afgeschrikt. Maar de eerste zin van het paneel over gras zegt wel: ‘De melk is te goedkoop’. Wat mij betreft is dit een feit (ik heb dit zinnetje erop gezet en blij dat het niet geschrapt is). De waarneming “wat de boer wil staat op gespannen voet met wat de vogel nodig heeft” wordt hier aangescherpt: “wat de boer wil, dat is wat de consument van hem vraagt”.
Vindt de burger dat de vogels beschermd moeten worden, dan moet-ie voorkomen dat de consument in hem de goedkoopste melk koopt.

Het is fijn om mooie informatiepanelen over landschap en natuur te ontwerpen voor opdrachtgevers die zaken aankaarten die normaliter afgedaan worden met ‘dat is hoe de wereld nu eenmaal werkt’. Als je droogjes laat zien hoe het zit, hoe een probleem in de wereld komt, dan kan iedereen zien waar ze kunnen helpen.
Koop om te beginnen de melk van de Boeren van Amstel.
Alleen al omdat-ie zo lekker is 😉

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

De panelen zijn een soort hybride: tekst, infographics en illustraties samengesmolten.

[caption id="attachment_7539" align="alignleft" width="2560"] Om geen nieuwe objecten in het veld te zetten, zijn de borden op een eikenhouten plank bevestigd, die met beugels op de bovenrand van veldhekken staan.

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur op veldhekken langs de fietsroute. Er is ook een viewfinder, een uitzichtpunt met informatie in drie delen over vogeltrek naar zuid, oost en noord.

 

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

In een hoek van elk bord een kaartje en een melkpak met de reden van deze borden: weidevogelmelk om de maatregelen mee te betalen. Echt lekkere melk, natuurlijk.

 

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

Bevestiging van de borden op de viewfinder. Lokale bedrijven hebben de planken gezaagd, de borden bevestigd en het uitzichtpunt gebouwd. De panelen zelf zijn gemaakt van dibond met een car-wrap-sticker, geprint op een 6 kleuren pers. Prachtige zachte verlooptinten!

 

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur, viewfinder Natuurmonumenten

Viewfinder in weidevogellandschap De Slaag, voor Natuurmonumenten.

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur, Natuurmonumenten.

Eerdere serie borden op metalen veldhekken in het Eemland, voor Natuurmonumenten.

Geen nieuwe objecten in het landschap. Dat scheelt al een stuk in het ‘informatiebordengevoel’.

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

Alle panelen bevatten uitleg, via supergrote tekst en een diagram. Hier zie je hoe weidevogelbeheer eigenlijk teruggrijpt op de omstandigheden van vroeger, voor de grootschalige veeteelt.

 

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

De afgebeelde vogels zijn geen vogels, het zijn echt illustraties, met strakke lijn en gevuld met patronen ontleend aan de Japanse houtsnijtechniek.

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

Op de viewfinder vind je aan de bovenrand alle gebieden waar vogels heentrekken vanuit de Bovenkerkerpolder. Hier een scholekster, die liever niet te ver weg gaat.

 

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

De zwanen vliegen naar de Pjasina-delta op het Taymir schiereiland in Siberië. In vier etappes!

Mooie informatiepanelen over landschap en natuur

Wulpen vliegen niet naar noord of zuid, maar naar het westen, naar de Britse wetlands.